Het gaat hem niet worden vandaag. Ik voel het. Je hebt van die dagen. Gister werd het hem ook al niet. Mijn sigaretten liggen natgeregend buiten. Is dit mijn schuld? Of van de regen? Ik denk aan de filosoof Guus Meeuwis. Op de vloer ligt een lege fles wijn en kledingstukken die, gezien de manier waarop ze zijn neergekwakt, alleen maar van mij kunnen zijn. Mijn vriend loopt plechtig met een boog om me heen zodra ik mijn schrijfblok pak. Als ware ik een eend op haar nest wier broedplaats niet verstoord mag worden omdat ik anders straks mijn eigen kinderen doodmaak. Ik sta namelijk op het punt om alles wat ik de afgelopen week heb geschreven te shift-deleten. Hij voelt dat blijkbaar aan.
Mijn kat begint een contactdans op mijn bureau, ze geeft kopjes aan mijn gedichtenboekje en daarna aan mijn pen. Ze is de enige die ware literatuur kan waarderen op deze wereld. Laatst liep ze in mijn boekenkast om haar geur op een rij Oscar Wilde toneelstukken achter te laten. Als dat geen waardering van cultuur is. Ook plast ze vaak buiten de kattenbak op onze eikenhouten vloer. Ik denk dat er een culturele schat verborgen ligt onder de vloer en ze dit op deze manier probeert kenbaar te maken. De heilige graal misschien. Katten kunnen niet praten, dus je moet dit soort aanwijzingen proberen te intepreteren met alle tegenwoordigheid van geest die je kunt oproepen. En dan nog, ik denk: wij mensen kunnen het nooit bevatten, het overstijgt ons.
Ik moet naar Muse. Ja je leest het goed: naar Muse moeten. Muse-liefhebbers zijn geen gematigde mensen, ze schreeuwen in je oor en doen heel dik over muziek. Want het is niet zomaar een bandje hoor! Nee, 'die gast' is briljant. Zo vermoeiend allemaal als ik eraan denk. Ik hoop dat ze gewoon behangmuziek gaan spelen, van die jazzy liedjes die je in een de lift van een hotel hoort. Dat gezeik van die gasten. Jongen echt hoor, ik sla ze voor hun Goffert.
De dag heeft zich al aangedrongen. Zij heeft met een breekijzer mijn geest opengesteld. Nu komen er allerlei dingen binnen waar ik iets mee zou moeten. Mensen die me opbellen met vragen, of verhalen. Zodra je wakker bent wordt het officieel, dan moet je wat. Maar ik weet niet of ik wakker wil zijn. En of ik wat wil. Ik wil uitstel van executie. Ik ga weer mijn nest in.
zaterdag 19 juni 2010
donderdag 13 mei 2010
Hippopotomonstrosesquippedaliofobie
Op een zekere dag in groep 8 van de lagere school werd onze klas voor een grote uitdaging gesteld. Wij moesten tegen groep 7 galgje spelen. De twee groepen staken letterlijk de koppen bij elkaar om te bepalen welk ‘onraadbaar’ woord er bedacht moest worden. Als groep 8 mag je natuurlijk niet verliezen van groep 7, lijkt me duidelijk. Als galgjewoordverzinners zonder aantoonbare galgje-ervaring bedachten wij dat hoe langer het woord is, hoe kleiner de kans was dat de tegenpartij het zou raden. Zo werd het een wedstrijd ‘wie heeft het langste woord?’.
Het leuke aan de Nederlandse taal is dat het aan elkaar rijgen van woorden geen enkel probleem is. Samen met de Duitsers en Groenlanders kennen wij de langste woorden. Dit komt met name vanwege de drie- of vierledige samenstelling van bijvoegelijk- en zelfstandig naamwoorden. Zoals bijvoorbeeld belegdebroodjesspecialist, bruinekroegsfeer, socialeverzekeringsrechter, stommefilmactrice etc.
Ik vraag me af, waar houdt het op? Wanneer is een woord geen woord meer? Wanneer ik diverse fora afstruin naar de beste galgjewoorden, kom ik fantastische creaties tegen van samengestelde woorden die misschien best wel woorden hadden kunnen zijn al zouden ze in godsnaam bruikbaar of nuttig zijn geweest. Om even een voorbeeld te geven: Ik begrijp best dat er informatieboekjes bestaan over rioolwaterzuiveringsinstallaties en dat die in kasten staan, waarvan de levering soms te wensen over laat zodat je moet gaan bellen naar een nummer waar een medewerker een rapport opmaakt van het probleem zodat de procedure van levering daarop afgestemd kan worden en dat ze misschien een speciale afdeling inrichten voor die medewerkers, maar om nou het woord rioolwaterzuiveringsinstallatieinformatieboekjeskastenleverancierproblemenrapportagebeleidsprocedureafdelingsmedewerker te gaan gebruiken is ook zo wat. Nu handel ik zelf niet in rioolwaterzuiveringsinstallatieboekjes, maar ik vraag me af of daar speciale kasten voor zijn. Waarom zouden rioolwaterzuiveringsinstallatieboekjes niet gewoon naast hoogrendementsschroefcentrifugaalpompinformatieboekjes in een kast kunnen staan?
OK, het heeft vast nut, dat gerijg van woorden. Als je lastig valt is het wat anders dan wanneer je lastigvalt. Als je weerfoto’s bekijkt voelt het anders dan wanneer je weer foto’s bekijkt.
Een dialoog:
Waarom laat je toch steeds dat halfvollemelkpak op tafel staan?
Dat was ik niet mamma, ik drink alleen van de volle melk. Toch jammer, mam, dat je die spatie vergeet. LOL mamma.
OK dan, ik wil niet meer dat je het halfvolle melkpak op tafel laat staan. En hou verder je grote mond.
Mam?
Ja.
Komt volle melk van oudere koeien dan halfvolle melk?
Nee, schat. Alle melk komt van 4 of 5 jarige koeien.
Komt melk alleen van koeien die jarig zijn?
Nee, God. Melk komt van 4- of 5-jarige koeien. Zo goed?
Zie je, je was de streepjes vergeten.
Het leuke aan de Nederlandse taal is dat het aan elkaar rijgen van woorden geen enkel probleem is. Samen met de Duitsers en Groenlanders kennen wij de langste woorden. Dit komt met name vanwege de drie- of vierledige samenstelling van bijvoegelijk- en zelfstandig naamwoorden. Zoals bijvoorbeeld belegdebroodjesspecialist, bruinekroegsfeer, socialeverzekeringsrechter, stommefilmactrice etc.
Ik vraag me af, waar houdt het op? Wanneer is een woord geen woord meer? Wanneer ik diverse fora afstruin naar de beste galgjewoorden, kom ik fantastische creaties tegen van samengestelde woorden die misschien best wel woorden hadden kunnen zijn al zouden ze in godsnaam bruikbaar of nuttig zijn geweest. Om even een voorbeeld te geven: Ik begrijp best dat er informatieboekjes bestaan over rioolwaterzuiveringsinstallaties en dat die in kasten staan, waarvan de levering soms te wensen over laat zodat je moet gaan bellen naar een nummer waar een medewerker een rapport opmaakt van het probleem zodat de procedure van levering daarop afgestemd kan worden en dat ze misschien een speciale afdeling inrichten voor die medewerkers, maar om nou het woord rioolwaterzuiveringsinstallatieinformatieboekjeskastenleverancierproblemenrapportagebeleidsprocedureafdelingsmedewerker te gaan gebruiken is ook zo wat. Nu handel ik zelf niet in rioolwaterzuiveringsinstallatieboekjes, maar ik vraag me af of daar speciale kasten voor zijn. Waarom zouden rioolwaterzuiveringsinstallatieboekjes niet gewoon naast hoogrendementsschroefcentrifugaalpompinformatieboekjes in een kast kunnen staan?
OK, het heeft vast nut, dat gerijg van woorden. Als je lastig valt is het wat anders dan wanneer je lastigvalt. Als je weerfoto’s bekijkt voelt het anders dan wanneer je weer foto’s bekijkt.
Een dialoog:
Waarom laat je toch steeds dat halfvollemelkpak op tafel staan?
Dat was ik niet mamma, ik drink alleen van de volle melk. Toch jammer, mam, dat je die spatie vergeet. LOL mamma.
OK dan, ik wil niet meer dat je het halfvolle melkpak op tafel laat staan. En hou verder je grote mond.
Mam?
Ja.
Komt volle melk van oudere koeien dan halfvolle melk?
Nee, schat. Alle melk komt van 4 of 5 jarige koeien.
Komt melk alleen van koeien die jarig zijn?
Nee, God. Melk komt van 4- of 5-jarige koeien. Zo goed?
Zie je, je was de streepjes vergeten.
dinsdag 11 mei 2010
Het platte gat (gedicht)
Volgende halte: Paradijsvogelweg
Het liefste schrijf ik onderweg
Zeewolde, of ook wel kankerzooi
want dat klinkt zo best mooi
Als ík het zeg
Wegen buigen gedegen
Met steeds negentig graden af
Tussen verlaten akkers met niks
geen Juttepeer werd ooit gezaaid
Aan de Juttepeerweg
Bovenop de vlakke horizon
tegen een grijsblauwe wolkenoorlog
staan 24 witte wiekenpalen
de wind stevig door te malen
hoog en snel
moedig stap ik uit de bus
hopend dat dit tochtgat
niet stiekem terugzakt in de hel
Oh Zeewolde
Was een meer gebleven
Het liefste schrijf ik onderweg
Zeewolde, of ook wel kankerzooi
want dat klinkt zo best mooi
Als ík het zeg
Wegen buigen gedegen
Met steeds negentig graden af
Tussen verlaten akkers met niks
geen Juttepeer werd ooit gezaaid
Aan de Juttepeerweg
Bovenop de vlakke horizon
tegen een grijsblauwe wolkenoorlog
staan 24 witte wiekenpalen
de wind stevig door te malen
hoog en snel
moedig stap ik uit de bus
hopend dat dit tochtgat
niet stiekem terugzakt in de hel
Oh Zeewolde
Was een meer gebleven
zondag 9 mei 2010
Dude...where's my constant?
Zes seizoenen, 121 episodes, ongeveer 90 uur (!) aan beeldmateriaal, waarvan nu nog maar 4 episodes in het verschiet. LOST. Het einde is nabij van een TV-serie, voor sommigen de beste ooit gemaakt.
Vanaf dag 1 ben ik een enorme fan van LOST en ik ben niet de enige. Bomvolle discussiefora met de meest ver gezochte, soms briljante theorieën. Internet- en live vriendschappen zijn ontstaan dankzij LOST. Op Youtube zijn een handvol mensen wereldberoemd geworden door hun LOST recap-video’s en interpretaties van episodes (o.a. Seanie B, mr. James). Obees, kansloos en mensenschuw in het echt, als helden op internet onthaald.
Met mijn aan krankzinnigheid grenzende obsessie voor het ontrafelen van het Grote Mysterie heb ik al aardig wat uurtjes LOST op mijn netvlies staan en daarmee mag ik mezelf met een gerust hart een professor in de Zinloze Samenzweringstheoretische Wetenschappen noemen. Steeds meer begon ik te geloven dat ik op Jacob’s list stond, dat ik beelden binnen krijg uit het parallelelle universum. Inmiddels heb ik er medicijnen voor gekregen en mijn psychiater vindt ook dat het steeds beter gaat.
Op het jaarlijkse Comic Con konden de schrijvers van LOST natuurlijk niet ontbreken. Het was schrijnend om te zien dat de TV-serie voor sommigen écht hun leven is. Fans die hele Dharma Initiative outfits hebben aangeschaft, LOST-kunst hebben gemaakt, weekenden met elkaar doorbrengen met DVD-marathons en rollenspelen. De wereld van LOST heeft plaats gemaakt voor de echte wereld. LOST-nerds hebben hun eigen humor. Kreten als ‘We’ll be your constant’ op het LOST-ontrafel-forum. Of bij een aankondiging van een reunie van een LOST-weekend: “We have to go back!”. Totaal niet grappig als je niet weet waar het over gaat, maar hey: geef de nerds die op internet wonen ook wat te lachen. Trouwens, geen kwaad woord over nerds.
Is het een laatste strohalm in een Amerikaanse maatschappijdie economisch aftakelt? De wens in een wereld te leven waar het materiële naar de achtergrond verdwijnt, je een nieuwe kans krijgt in een statusloze sociale omgeving ? Het is een universeel thema door jaren literatuur en filmgeschiedenis heen, maar Amerikanen zijn er vooral gek op als je het mij vraagt.
Om de pijn van het nadere Einde der Tijden enigszins te verzachten, heb ik verschillende ‘substitutes’ uitgezocht, waaronder Fringe, Flash Forward en “V”. Absolute aanraders overigens voor een ieder die wel een potje SciFi lust. Dus mensen die zich echt zorgen om me maken, ik heb wel een soort van back-up. Sterker nog, ik verkies een aflevering Flash Forward inmiddels boven LOST. Wat wel grappig is om te vertellen dat deze drie series toch weer een gemeenlijkschappelijke deler hebben met LOST. Fringe wordt bedacht en geprocudeerd door J.J. Abrams, in Flash Forward komen we ‘Charlie’ en ‘Penny’ uit LOST tegen en in V speelt ‘Juliet’ de FBI-agent waar het allemaal om draait.
Deze drie acteurs komen in deze nieuwe series een stuk beter tot hun recht dan in LOST. De complexiteit van LOST, veroorzaakt door het grote aantal karakters en het steeds opnieuw opwerpen van conflicten tussen de (tijdelijke afsplitsingen) van eilandbewoners zorgt ervoor dat de acteurs te veel op pionnetjes op een schaakbord lijken. De diepte van de intermenselijke relaties zwolg steeds meer onder de zware complexiteit van het grootse mysterieuze verhaal. De verteltechniek met de flashbacks, flasforwards en het tijdreizen werd te intensief gebruikt. Dwangmatig wordt het mysterieuze nog mysterieuzer, cliffhanger werd op cliffhanger gestapeld en op een gegeven moment verlies je de grip op het verhaal. Het wordt steeds moeilijker je in te leven in karakters waarvan de motieven onduidelijk zijn.
Ook nu, in de laatste afleveringen merk je dat de conversaties afvlakken en dat de schrijvers zich uit angst hebben vastgeklamd aan het bedekken van de laatste onbeantwoorde vragen. “You wonna know who I am?” (ja, ja, ja, denk je als kijker...) “I am the one who is gonna get you off this island” (duh-huh). Ook hebben de schrijvers uit ellende maar een paar belangrijke karakters vermoord op de valreep, iets wat je na zoveel opbouw niet meer kan maken wat mij betreft.
Nevertheless, de fans blijven trouw en worden niet teleurgesteld, want alle missende puzzelstukjes worden opgepakt in dit laatste seizoen zodat het verhaal zich weer sluit. Jammer dat de schrijvers hier en daar een schaar en lijm hebben gebruikt voor de puzzelstukjes. Juist, mijn teleurstelling is groot. Voor de schrijvers van LOST een dikke KISS : Keep It Simple Stupid. Blij als ik straks verLOST ben.
Vanaf dag 1 ben ik een enorme fan van LOST en ik ben niet de enige. Bomvolle discussiefora met de meest ver gezochte, soms briljante theorieën. Internet- en live vriendschappen zijn ontstaan dankzij LOST. Op Youtube zijn een handvol mensen wereldberoemd geworden door hun LOST recap-video’s en interpretaties van episodes (o.a. Seanie B, mr. James). Obees, kansloos en mensenschuw in het echt, als helden op internet onthaald.
Met mijn aan krankzinnigheid grenzende obsessie voor het ontrafelen van het Grote Mysterie heb ik al aardig wat uurtjes LOST op mijn netvlies staan en daarmee mag ik mezelf met een gerust hart een professor in de Zinloze Samenzweringstheoretische Wetenschappen noemen. Steeds meer begon ik te geloven dat ik op Jacob’s list stond, dat ik beelden binnen krijg uit het parallelelle universum. Inmiddels heb ik er medicijnen voor gekregen en mijn psychiater vindt ook dat het steeds beter gaat.
Op het jaarlijkse Comic Con konden de schrijvers van LOST natuurlijk niet ontbreken. Het was schrijnend om te zien dat de TV-serie voor sommigen écht hun leven is. Fans die hele Dharma Initiative outfits hebben aangeschaft, LOST-kunst hebben gemaakt, weekenden met elkaar doorbrengen met DVD-marathons en rollenspelen. De wereld van LOST heeft plaats gemaakt voor de echte wereld. LOST-nerds hebben hun eigen humor. Kreten als ‘We’ll be your constant’ op het LOST-ontrafel-forum. Of bij een aankondiging van een reunie van een LOST-weekend: “We have to go back!”. Totaal niet grappig als je niet weet waar het over gaat, maar hey: geef de nerds die op internet wonen ook wat te lachen. Trouwens, geen kwaad woord over nerds.
Is het een laatste strohalm in een Amerikaanse maatschappijdie economisch aftakelt? De wens in een wereld te leven waar het materiële naar de achtergrond verdwijnt, je een nieuwe kans krijgt in een statusloze sociale omgeving ? Het is een universeel thema door jaren literatuur en filmgeschiedenis heen, maar Amerikanen zijn er vooral gek op als je het mij vraagt.
Om de pijn van het nadere Einde der Tijden enigszins te verzachten, heb ik verschillende ‘substitutes’ uitgezocht, waaronder Fringe, Flash Forward en “V”. Absolute aanraders overigens voor een ieder die wel een potje SciFi lust. Dus mensen die zich echt zorgen om me maken, ik heb wel een soort van back-up. Sterker nog, ik verkies een aflevering Flash Forward inmiddels boven LOST. Wat wel grappig is om te vertellen dat deze drie series toch weer een gemeenlijkschappelijke deler hebben met LOST. Fringe wordt bedacht en geprocudeerd door J.J. Abrams, in Flash Forward komen we ‘Charlie’ en ‘Penny’ uit LOST tegen en in V speelt ‘Juliet’ de FBI-agent waar het allemaal om draait.
Deze drie acteurs komen in deze nieuwe series een stuk beter tot hun recht dan in LOST. De complexiteit van LOST, veroorzaakt door het grote aantal karakters en het steeds opnieuw opwerpen van conflicten tussen de (tijdelijke afsplitsingen) van eilandbewoners zorgt ervoor dat de acteurs te veel op pionnetjes op een schaakbord lijken. De diepte van de intermenselijke relaties zwolg steeds meer onder de zware complexiteit van het grootse mysterieuze verhaal. De verteltechniek met de flashbacks, flasforwards en het tijdreizen werd te intensief gebruikt. Dwangmatig wordt het mysterieuze nog mysterieuzer, cliffhanger werd op cliffhanger gestapeld en op een gegeven moment verlies je de grip op het verhaal. Het wordt steeds moeilijker je in te leven in karakters waarvan de motieven onduidelijk zijn.
Ook nu, in de laatste afleveringen merk je dat de conversaties afvlakken en dat de schrijvers zich uit angst hebben vastgeklamd aan het bedekken van de laatste onbeantwoorde vragen. “You wonna know who I am?” (ja, ja, ja, denk je als kijker...) “I am the one who is gonna get you off this island” (duh-huh). Ook hebben de schrijvers uit ellende maar een paar belangrijke karakters vermoord op de valreep, iets wat je na zoveel opbouw niet meer kan maken wat mij betreft.
Nevertheless, de fans blijven trouw en worden niet teleurgesteld, want alle missende puzzelstukjes worden opgepakt in dit laatste seizoen zodat het verhaal zich weer sluit. Jammer dat de schrijvers hier en daar een schaar en lijm hebben gebruikt voor de puzzelstukjes. Juist, mijn teleurstelling is groot. Voor de schrijvers van LOST een dikke KISS : Keep It Simple Stupid. Blij als ik straks verLOST ben.
zaterdag 8 mei 2010
Van die dingen
Meestal begin ik een blogje te schrijven als ik getroffen door een gedachte of een grappige observatie. Ik ben maar begonnen met het bijhouden van deze gedachtes. Een van deze zinnen wordt het onderwerp van mijn nieuwe blogsel. Lezer, breng gerust uw stem uit.
Ik vraag me wel eens af of mijn kat me zou opeten als hij opgesloten zat, ik dood, en er was nergens iets anders te eten.
Ik vraag me wel eens af of ik de enige ben die, als ik in de auto zit en naar buiten kijk, fantaseer dat ik naast de auto met dezelfde snelheid beweeg en dan van object naar object moet springen om er niet tussen te vallen.
Ik vraag me wel eens af waarom ik mannen aantrekkelijker vindt wanneer ze een te-vaak-gewassen zwart T-shirt dragen met de naam van een rockband erop.
Ik vraag me wel eens af of gekke mensen weten dat ze gek zijn. En of ik dan zeker kan weten dat ik niet gek ben.
Ik vraag me wel eens af wie-of-wat er met mijn ‘middelpunt’ samenvalt als ik dood ben.
Ik vraag me af hoe ik, met mijn Telegraaflezende, Geert Wilders-stemmende ouders, zo’n linkse politieke voorkeur heb kunnen ontwikkelen.
Ik vraag me wel eens af waarom ik in alles zo middelmatig ben en hoe mensen met echte talenten dan zo goed zijn geworden.
Ik vraag me wel eens af of er websites bestaan die ontzettend interessant zijn waar ik het bestaan niet van ken.
Ik vraag me wel eens af of ik gelukkig zou kunnen worden als ik ergens alleen in de natuur zou leven.
Ik vraag me wel eens af of dingen als ‘midlife-crisis’ en ‘quarterlife crisis’ veroorzaakt worden door het feit dat we te veel tijd hebben om na te denken.
Ik vraag me wel eens af of ieder mens in essentie alleen maar met zichzelf bezig is.
Tja, van die dingen.
Ik vraag me wel eens af of mijn kat me zou opeten als hij opgesloten zat, ik dood, en er was nergens iets anders te eten.
Ik vraag me wel eens af of ik de enige ben die, als ik in de auto zit en naar buiten kijk, fantaseer dat ik naast de auto met dezelfde snelheid beweeg en dan van object naar object moet springen om er niet tussen te vallen.
Ik vraag me wel eens af waarom ik mannen aantrekkelijker vindt wanneer ze een te-vaak-gewassen zwart T-shirt dragen met de naam van een rockband erop.
Ik vraag me wel eens af of gekke mensen weten dat ze gek zijn. En of ik dan zeker kan weten dat ik niet gek ben.
Ik vraag me wel eens af wie-of-wat er met mijn ‘middelpunt’ samenvalt als ik dood ben.
Ik vraag me af hoe ik, met mijn Telegraaflezende, Geert Wilders-stemmende ouders, zo’n linkse politieke voorkeur heb kunnen ontwikkelen.
Ik vraag me wel eens af waarom ik in alles zo middelmatig ben en hoe mensen met echte talenten dan zo goed zijn geworden.
Ik vraag me wel eens af of er websites bestaan die ontzettend interessant zijn waar ik het bestaan niet van ken.
Ik vraag me wel eens af of ik gelukkig zou kunnen worden als ik ergens alleen in de natuur zou leven.
Ik vraag me wel eens af of dingen als ‘midlife-crisis’ en ‘quarterlife crisis’ veroorzaakt worden door het feit dat we te veel tijd hebben om na te denken.
Ik vraag me wel eens af of ieder mens in essentie alleen maar met zichzelf bezig is.
Tja, van die dingen.
maandag 12 april 2010
Vlees is moord
Een van mijn favoriete bands is The Smiths. Stel je de muziek voor als een puberale depressie in de jaren 80. Het herhaalderige gitaarspel in combinatie met de galmende drums leggen de stevige voedingbodem voor de poëtische gal die Morrissey met zijn teksten over je heen spuwt. De wereld is kut, ik ben zo alleen, niemand houdt van mij, ik wil niet volwassen worden. Dat soort werk. Heerlijk. Alles wat Morrissey zingt is goed om je af en toe in te wentelen. De fantastische teksten nodigen uit tot luid meezingen. Het enige waar ik nooit zo bij kon was het zeikerige eh.. gezeik van Morrissey over het eten van vlees. De titelsong van het album Meat is Murder, met haar koeien- en schapengeluiden vind ik iets lachwekkends hebben. De kreet 'vlees is moord' associeer ik met vrouwen van rond de 30 die hun "My little pony"-fase nog niet zijn ontgroeid. Toorn niet aan mijn vlees was lang mijn opvatting.
Deze mening is behoorlijk bijgesteld na het zien van een aantal documentaires over de oorsprong van ons voedsel. Om even bij The Smiths te blijven: Heaven knows I'm miserable now. We weten het allemaal wel, maar ik zal het toch nog even samenvatten. Dieren in te kleine hokken, volgepompt met groeihormonen (in de vorm van dode dieren in het voedsel) totdat ze niet meer op hun poten kunnen staan. Zonder de grote hoeveelheden antibiotica die ze krijgen, zouden al deze dieren ter plekke van hun graatje vallen. Alleen de echte bikkels zoals salmonella, blauwtong en Q-koorts kunnen de dieren nog goed ziek maken. Als de dieren al dusdanig hoge kans op ernstige besmetting hebben, hoe gezond is het dan om vlees te eten? De beelden op TV van duizenden dieren die 'geruimd' worden zijn zo surrealistisch. Allemaal kippen door de versnipperaar. Ja, ik vind dat zielig. En bovenal vind ik het walgelijk goor, al die zieke kippen. Het idee dat dat mijn voedsel had kunnen zijn.
In de praktijk blijkt dat deze beelden en kennis weinig gedragsverandering bij ons teweeg hebben gebracht. Hierbij schaar ik mezelf ook. De praktijk is namelijk: ik hoef niet te walgen van mijn vlees. In goed gekoelde geometrische stukjes wordt vlees me aangeboden in de supermarkt. Lekker kiloknallen. “Gezonde keuze”, staat er vaak nog op. Laat ons bakken en braden, sudderen en stoven in ons culinair festijn. Ver van de slachthuizen, de krappe hokken. Laat de romantiek van het biefstukje niet verloren gaan. Confronteer ons niet met de waterige ogen van jonge kalfjes, maar voer ze anoniem en onzichtbaar af. We kunnen het niet aan. Want zolang we zelf niet hoeven slachten, het bloed niet uit de verpakking druipt en dieren anoniem blijven is het eten van vlees verenigbaar met onze moraal. Niemand heeft ooit gezegd dat het leven van een mens meer waard is dan dat van een dier. Toch, we handelen ernaar. We doden dagelijks dieren, efficiënt, zonder gevoel. Een dier dat net zoveel recht heeft op leven als een mens. Vlees. Het is moord.
Deze mening is behoorlijk bijgesteld na het zien van een aantal documentaires over de oorsprong van ons voedsel. Om even bij The Smiths te blijven: Heaven knows I'm miserable now. We weten het allemaal wel, maar ik zal het toch nog even samenvatten. Dieren in te kleine hokken, volgepompt met groeihormonen (in de vorm van dode dieren in het voedsel) totdat ze niet meer op hun poten kunnen staan. Zonder de grote hoeveelheden antibiotica die ze krijgen, zouden al deze dieren ter plekke van hun graatje vallen. Alleen de echte bikkels zoals salmonella, blauwtong en Q-koorts kunnen de dieren nog goed ziek maken. Als de dieren al dusdanig hoge kans op ernstige besmetting hebben, hoe gezond is het dan om vlees te eten? De beelden op TV van duizenden dieren die 'geruimd' worden zijn zo surrealistisch. Allemaal kippen door de versnipperaar. Ja, ik vind dat zielig. En bovenal vind ik het walgelijk goor, al die zieke kippen. Het idee dat dat mijn voedsel had kunnen zijn.
In de praktijk blijkt dat deze beelden en kennis weinig gedragsverandering bij ons teweeg hebben gebracht. Hierbij schaar ik mezelf ook. De praktijk is namelijk: ik hoef niet te walgen van mijn vlees. In goed gekoelde geometrische stukjes wordt vlees me aangeboden in de supermarkt. Lekker kiloknallen. “Gezonde keuze”, staat er vaak nog op. Laat ons bakken en braden, sudderen en stoven in ons culinair festijn. Ver van de slachthuizen, de krappe hokken. Laat de romantiek van het biefstukje niet verloren gaan. Confronteer ons niet met de waterige ogen van jonge kalfjes, maar voer ze anoniem en onzichtbaar af. We kunnen het niet aan. Want zolang we zelf niet hoeven slachten, het bloed niet uit de verpakking druipt en dieren anoniem blijven is het eten van vlees verenigbaar met onze moraal. Niemand heeft ooit gezegd dat het leven van een mens meer waard is dan dat van een dier. Toch, we handelen ernaar. We doden dagelijks dieren, efficiënt, zonder gevoel. Een dier dat net zoveel recht heeft op leven als een mens. Vlees. Het is moord.
dinsdag 6 april 2010
Laat
Een latere trein naar je werk nemen. Geen slecht idee als je een keer wilt uitslapen. Wat een genot. Opgewekt, ik zou bijna zeggen: met zin in mijn werk, fiets ik van huis. Toch altijd dat klote-gevoel...
Ik heb 10 uur 'compensatie' staan, maar een uurtje later op mijn werk aankomen voelt spijbelachtig. Vanochtend, nog even tijd voor een pingeltje op de gitaar (want meer is het niet bij mij), een boterham met niks (want meer heb ik niet in huis) en een niet-onbelangrijke bak pleur, het zwarte Fout.
De trein, als je hem later neemt, is altijd vertraagd. De late sukkelaars worden extra gestraft. Hoe vaak ben ik wel niet te laat gekomen in mijn leven om te weten dat die treinen vertraagd zijn later op de ochtend? Ik kom tot de conclusie: heel wat keertjes. Het aantal uren opgeteld zou je best wat weekjes mee kunnen vullen. Er is geen excuus, nooit. Nou ja, die enkele keer dat je hond de brug had opgegeten daargelaten. Of zoiets. Je weet wel, echte dingen. Dat je een ongeluk krijgt of dat je onverwachts toch een kater blijkt te hebben. Oh, de overmacht!
Ik moet me nog een beetje verdiepen in de wereld van het legitiem verzuim. Ik zie collega's een week wegblijven vanwege een griep. Ik ben een dag ziek en ik krijg een serieus gesprek. Mensen zijn nooit een dag ziek blijkbaar. Weet ik veel, ik ben nooit ziek. HEEEL verdacht. Gelukkig, de sociale controle en de vraag "'wat je had dan.?'.
Als ik rond 9 uur station Sloterdijk in loop, zie ik de mensen aankomen die op tijd van huis waren vertrokken. Een soort tijdreizen. Chagrijnige, onuitgeslapen bekken. Gedouchte haren, de Paasalcohol in het gezicht aangezet. Als te vroeg geboren baby's die liever waren terug gekropen. Snel aan de borst van de koffiemachine. Mijn humeur, minstens 10 keer beter, hoogstwaarschijnlijk meer harmonische hersengolven, positieve gedachten, ruimte voor creativiteit. Nog even vasthouden, want straks als ik mijn werkkamer in loop, weet ik, is er altijd één collega die opmerkt: "Goeduh...middag"
Ik heb 10 uur 'compensatie' staan, maar een uurtje later op mijn werk aankomen voelt spijbelachtig. Vanochtend, nog even tijd voor een pingeltje op de gitaar (want meer is het niet bij mij), een boterham met niks (want meer heb ik niet in huis) en een niet-onbelangrijke bak pleur, het zwarte Fout.
De trein, als je hem later neemt, is altijd vertraagd. De late sukkelaars worden extra gestraft. Hoe vaak ben ik wel niet te laat gekomen in mijn leven om te weten dat die treinen vertraagd zijn later op de ochtend? Ik kom tot de conclusie: heel wat keertjes. Het aantal uren opgeteld zou je best wat weekjes mee kunnen vullen. Er is geen excuus, nooit. Nou ja, die enkele keer dat je hond de brug had opgegeten daargelaten. Of zoiets. Je weet wel, echte dingen. Dat je een ongeluk krijgt of dat je onverwachts toch een kater blijkt te hebben. Oh, de overmacht!
Ik moet me nog een beetje verdiepen in de wereld van het legitiem verzuim. Ik zie collega's een week wegblijven vanwege een griep. Ik ben een dag ziek en ik krijg een serieus gesprek. Mensen zijn nooit een dag ziek blijkbaar. Weet ik veel, ik ben nooit ziek. HEEEL verdacht. Gelukkig, de sociale controle en de vraag "'wat je had dan.?'.
Als ik rond 9 uur station Sloterdijk in loop, zie ik de mensen aankomen die op tijd van huis waren vertrokken. Een soort tijdreizen. Chagrijnige, onuitgeslapen bekken. Gedouchte haren, de Paasalcohol in het gezicht aangezet. Als te vroeg geboren baby's die liever waren terug gekropen. Snel aan de borst van de koffiemachine. Mijn humeur, minstens 10 keer beter, hoogstwaarschijnlijk meer harmonische hersengolven, positieve gedachten, ruimte voor creativiteit. Nog even vasthouden, want straks als ik mijn werkkamer in loop, weet ik, is er altijd één collega die opmerkt: "Goeduh...middag"
Abonneren op:
Posts (Atom)